OVER BONEN EN CO-CREATIE

Soms loop je er zomaar tegenaan; een bijzondere, zeldzame en vooral onverwachte vondst. Eind oktober was ik bezig in mijn moestuin en zag tussen de pronk- en snijbonen die ik had geplant, bonen hangen die ik totaal niet herkende. Bleken het, toen ik een paar peulen openmaakte, blauwe bonen te zijn! Prachtige kleuren, van diep donkerblauw tot crèmekleurig met een blauw vlekje rond het ‘oog’ van de boon, met daartussen varianten in free-style Delfts Blauw. Én bijzonder goed van smaak. Dat is natuurlijk het werk geweest van een wel zeer ijverige bij of hommel, die vol enthousiasme aan het kruisbestuiven is geslagen. Met verrassend resultaat.

In het Engels heet dit fenomeen ‘serendipity’, halverwege de 18e eeuw zo benoemd door de Britse aristocraat Horace Walpole na lezing van het Perzische sprookje ‘De drie prinsen van Serendip’. De prinsen waren blijkbaar zeer bedreven in het doen van onverwachte ontdekkingen.

De meeste voorbeelden van serendipiteit die we kennen gaan over prachtige toevalstreffers. Post-It, klittenband, penicilline en die blauwe bonen uit mijn moestuin, om er een paar te noemen. Niet naar gezocht, toch gevonden. Al is het daarbij minstens zo belangrijk om er voor open te staan. Veel technologiebedrijven zijn dan ook naarstig op zoek naar de ideale manier om serendipiteit de drijvende kracht achter hun innoverend vermogen te laten zijn.

Zo is Google afgestapt van de beroemde 20% regel, waarbij van ontwikkelaars wordt verwacht dat ze één dag per week bezig zijn met ‘eigen’ projecten. Hoewel dat al geweldig innovatieve producten heeft opgeleverd, is de verwachting dat dit op een andere manier nog veel vaker gaat gebeuren. Interactie lijkt daarbij een voorwaarde. Dus door zorgvuldige inrichting van de nieuwe Google Campus wil men de kans op toevallige ontmoetingen maximaliseren. Met als gevolg kruisbestuiving. De nieuwe campus als ‘serendipity machine’.

Nu is het voor maar weinig bedrijven weggelegd om zo groots en meeslepend aan de slag te gaan. Maar gelukkig is er een manier om de kans op serendipiteit door kruisbestuiving te stimuleren; co-creatie. Eenvoudig, laagdrempelig en geweldig leuk en motiverend om te doen! Stop 10 tot 15 mensen in een ruimte (mag ook buiten zijn) en laat ze, onder minimale maar zorgvuldige begeleiding, innovatieve ideeën verkennen. Zo’n groep bestaat bij voorkeur voor een groot deel uit mensen die elkaar niet kennen met verschillende leeftijd, achtergrond, opleiding, en maatschappelijke positie. ‘Not the usual suspects’ dus.

En laat je als bedrijf vooral verrassen! De kans daarop wordt trouwens een stuk groter wanneer de vraag aan de co-creatievelingen niet te benauwend is. Vragen om 5% langere levensduur van een paperclip is niet alleen weinig inspirerend, de kans dat dit ook werkelijk iets oplevert is minimaal. Maar vraag bijvoorbeeld om een circulaire oplossing en er kan iets geweldigs ontstaan!

Het gaat bij co-creatie vooral over kwalificeerbare doelen. Mooi is daarbij belangrijker dan groot en lekker belangrijker dan veel. Waar het uiteindelijk om gaat is iets nieuws, verrassends dat échte waarde heeft en tegelijkertijd uitvoerbaar is om die waarde te realiseren.

Hierbij dan ook mijn hartstochtelijke oproep: GO CO-CREATE!

 

Meer weten? Bel me op +31(0)6 10538892

Advertenties

DE TOEKOMST VAN STEDELIJKE LEIDERSCHAP

Neem nou een stad. Een middelgrote stad in Nederland. Met een duidelijk verwoord streven naar een duurzame toekomst. Niets mis mee, natuurlijk.

Kijk je echter wat beter naar zo’n stad, dan zie je vooral de goede bedoelingen. En daar zijn er veel van. Daar kun je, zoals mijn opa wel zei, ‘de gracht mee dempen’. Het begint met mooi geformuleerde doelstellingen, bij voorkeur onderschreven door een wethouder, die, ondersteund door anderen binnen de gemeente, verantwoordelijk voor de realisatie ervan. Tot zover helder.

Maar goed; en dan? Het is maar de vraag of wethouder, die het virtuele lint heeft doorgeknipt aan het begin van de weg naar een glanzend groene toekomst, daar aan het einde van die rit nog bij is. Sterker nog, die kans is nihil. Zelfs al blijft zij of hij alle jaren die voorzien zijn voor het behalen van het doel, betrokken bij de stedelijke politiek. We hebben namelijk democratie. Een mooi, werkend model waarmee ieders stem gehoord kan en mag worden. In Nederland misschien niet helemaal zoals de Oude Grieken het hadden georganiseerd, waarbij burgerlijke inspraak ook werkelijk plaatsvond op thema’s die de burgers zelf ook relevant vonden. Maar een vorm van democratie die al decennia lang goed werkt voor ons.

Alleen voorziet dit bestel niet in continuïteit van bestuur. Die wethouder blijft alleen bij gratie van de kiezersgunst in het zadel. Waarbij we inmiddels weten dat die kiezersgunst nogal eens wil wijzigen. Op landelijk, maar nog sterker op gemeentelijk niveau. Dus dan treedt er een nieuwe wethouder aan, vaak met een ander politiek signatuur. En dus een andere agenda, waarbij er regelmatig aan eerder zo mooi geformuleerde doelstellingen wordt getornd. Meestal gaat er van alles overboord, om plaats te maken voor nieuwe ideeën en plannen. Deze grilligheid is een onvermijdelijke keerzijde van democratie zoals wij die kennen.

Conclusie: de gepolitiseerde gemeentelijke overheid is, paradoxaal genoeg, niet de juiste entiteit om de stad doelgericht naar de geformuleerde duurzame toekomst te leiden.

We hebben dus een ander model nodig. Een model waarbij de zo waardevolle democratie overeind blijft. Maar waarbij voor het vaststellen, werken aan en realiseren van de duurzame  toekomstdoelstellingen van de stad als geheel, een andere entiteit verantwoordelijk is.

Inmiddels beginnen we in Nederland langzaam te wennen aan een nieuw type organisatie; de ‘social enterprise’. Een bedrijf met een hogere doelstelling. Hierbij wordt het realiseren van maatschappelijke waarde gekoppeld aan de onvoorwaardelijke doelgerichtheid en meetbaarheid van succes van een bedrijf. Op basis van een dergelijk model worden de beslissingen over de toekomst van de stad genomen tijdens de aandeelhoudersvergadering. Waarbij belanghebbenden aandeelhouder zijn en aandeelhouders belanghebbend. Stadsbewoners, bedrijven, woon- en zorgcorporaties, het waterleidingbedrijf, maar natuurlijk ook de gemeente zitten samen om tafel. Voor ideologie, al dan niet politiek, blijft ruimte, maar vooral voor economische, ecologische en maatschappelijke belangen.

Voorstel: start een stedelijke social enterprise en maak deze verantwoordelijk voor de toekomst van de stad.

Mocht je dit concept prikkelend vinden, nodig ik je van harte uit om mee te denken aan de voorwaarden voor realisatie ervan. Waar, hoe en met wie zijn daarbij de belangrijkste vragen.
Don Spierenburg